Jan Vander Laenen (18-05-1960), woonachtig in Brussel, kunsthistoricus en vertaler, debuteerde in 1988 met de verhalenbundel 'Een vonk van genie'. Daarna volgden 'Gevaarlijke liefdes' en 'Het nimfomane huwelijk'. Ook schreef hij drie scenario's voor langspeelfilms en vier toneelstukken. In de vijf verhalen roepen emoties telkens weer elkaars tegengestelden op: verwondering en banaliteit, vriendschap en oppervlakkigheid, tederheid en brutaliteit, doodsverlangen en vitaliteit, hunkering en eenzaamheid. Emoties: tegengesteld en onlosmakelijk verbonden. Leesidee gaf dit boek * * * sterren en schreef: 'fictie-proza' Het universum dat Jan vander Laenen in De schone slaper schetst, is dat van de eenzame, dolende zielen op zoek naar liefde. Van mannen die de Griekse beginselen aanhangen tot weifelende hetero's. Allen zoeken ze een uitweg voor hun mal de vivre in het bruisende uitgaansleven. Decor is Brussel met zijn exclusieve herenclubs en bars als 'Le Prince' en 'Le Sept'. In de autobiografische inleiding 'De kus' maakt de schrijver zijn intenties kenbaar. Verhalen schrijven die baden in een decadente fin de siècle-sfeer en humor aan erotiek koppelen. In 'De verrassingen van overspel' gaat het er in ieder geval vrolijk aan toe. Een jonge, gefrustreerde vrouw zoekt seksueel vertier bij een Italiaanse macho, zonder veel succes echter, want op de onmogelijkste momenten duikt haar echtgenoot op. Origineler en intrigerender is het pseudo-historische 'De mooie Rosine', waarin Antoine Wiertz, de excentrieke beeldhouwer en schilder, weer tot leven wordt gewekt. Aan de hand van het schilderij 'La belle Rosine' vlecht Vander Laenen een meeslepende parabel over kunst versus liefde, een strijd op leven en dood. In 'Rue d'Aerschot' duikt dan weer een onvervalste dandy op, lijdend aan het leven en zelden voor de middag uit zijn bed. 's Nachts zoekt hij immers koortsachtig naar avontuurtjes met heren van diverse pluimage. Om zijn leven te beteren besluit hij de rosse buurt aan het Noordstation te bezoeken en te vrijen met een vrouw van lichte zeden. Maar de hoer die hij uitkiest, blijkt een zielige transseksueel te zijn. Uiteindelijk papt hij met haar pooier aan. Het slotverhaal, 'De schone slaper', is essentieel voor de bundel. Een notaris, getrouwd, lid van de lokale Lyonsclub en prototype van de respectabele burger, leidt een dubbelleven. Vooral tijdens de zomervakanties in Italië kan hij zijn herenliefde heimelijk uitleven. Het mondt uit in de groteske climax van de bundel, waarin de decadentie ten top wordt gevoerd. Het leven is geen sprookje waarin een prins de schone slaper een reddende kus geeft, integendeel. Dit is de overheersende thematiek van deze bizarre, maar boeiende verhalenbundel vol lust en levensangst. [Laurent Meese, 06.07.98]
|